Hoe houd je de vereniging jong?

Home » Nieuws » Hoe houd je de vereniging jong?

Hoe houd je de vereniging jong?

Het is op deze zonovergoten zaterdagochtend even zoeken naar de voorzitter. Tim Joosse zit niet in de bestuurskamer van SSV’65 (Samen Sporten Vereent 1965). Hij staat op het tweede veld, langs de witte krijtlijn, in blauwe sweater van de club, en moedigt de spelertjes van de JO7-4 (Jongens Onder 7) aan. ,,Ja, ik ben ook nog trainer”, zegt hij.

Zijn zoontje Puck van 5 speelt in het team. Puck is een van de circa 250 jeugdleden van de Goese voetbalvereniging, die in totaal zo’n vijfhonderd leden telt. Naar landelijke maatstaven geen grote club, maar zeker ook geen kleine. De penningmeester heeft in de eerste maanden van elk seizoen zijn handen vol aan het innen van de contributie.

Tot voor kort gebeurde dat volledig per post. ,,Er gaat voor een vermogen aan postzegels de deur uit”, vertelt Joosse. ,,Nu hebben we gezegd: ‘Laten we dat stap voor stap digitaal gaan doen.’ Per e-mail dus. Nou, dan zien ze wel in dat zoiets noodzakelijk is, en goed voor de club.”

‘Ze’ zijn de ouderen in het zeven man sterke bestuur, dat bestaat uit drie dertigers, één vijftiger en drie zeventigers. Twee van hen waren 53 jaar geleden betrokken bij de oprichting van de club.

,,Die mix van jong en oud is voor ons heel belangrijk, daar zoeken we altijd naar”, aldus Joosse, die sinds twee jaar voorzitter is. ,,Met de vorige generatie kun je heerlijk sparren. Zij zijn de cultuurbewakers, elke vereniging heeft die nodig. Ze zijn onmisbaar. Maar de tijden veranderen, steeds meer gaat digitaal. Daar hebben zij minder mee. Laatst hebben we een scheidsrechters- coördinator gevonden via een oproepje op Facebook. Leg dat maar eens uit.”

Optisch bedrog

Het beeld bestaat dat veel clubs worden gedragen door oudere vrijwilligers. Dat blijkt echter niet te kloppen. Van alle Nederlandse sportvrijwilligers valt 10 procent in de leeftijdscategorie 65 tot 75 jaar; in de categorie 35 tot 45 jaar is dit percentage bijna twee keer zo hoog (19). Het is dus optisch bedrog, maar wel begrijpelijk: wie kent niet die gepensioneerde vrijwilliger die dag in dag uit in de weer is op het sportpark?

,,Heel veel dagelijkse dingen worden opgepakt door ouderen die daar de tijd voor hebben”, zegt Joosse, teamleider bij een distributeur van dakbedekkingsmaterialen. ,,Voor mensen met een drukke baan is dat lastiger. Als ik naar de gemeente moet, plan ik dat meestal aan het einde van de middag in, maar ik moet ook weleens een uurtje vrij nemen bij de baas. Het wordt een steeds groter probleem voor de club, want hoeveel mensen zwaaien tegenwoordig nog op hun 55ste af? De vutter van nu is 65 jaar.”

Het is een kwestie die in het hele land speelt. ‘De komende jaren is er een toename van de groepen die over het algemeen minder vrijwilligerswerk doen, zoals ouderen en niet-westerse migranten’, stellen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de Sport Toekomstverkenning, een grootschalig onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Dat maakt het extra lastig om aan voldoende vrijwilligers te komen.’ Er is wel een positieve kanttekening: ‘Daar staat tegenover dat ouderen de komende jaren steeds fitter worden en dus mogelijk langer actief kunnen zijn. Daarnaast is er nu al een trend te zien dat ook steeds meer niet-westerse allochtonen vrijwilligerswerk gaan doen bij de sportclub.’

Bedreiging

Een andere bedreiging is groter en komt uit onverwachte hoek, zo stelt de Sport Toekomstverkenning. In onze participatiesamenleving moet sport steeds meer concurreren met andere gebieden waar vrijwilligers nodig zijn, zoals mantelzorg en cultuur. ‘Over de hele linie wordt verwacht dat het beroep op de vrijwilliger op andere gebieden sterker is. Er zal een daling zijn in de vrijwilligers voor sport.’

Vechten om vrijwilligers dus. De grote vraag is hoe je mensen warm maakt voor een taak binnen de sportvereniging. Joosse: ,,Het vinden van jeugdtrainers lukt nog wel, die haken meestal aan bij het team waarin hun kind speelt. Maar een nieuw bestuurslid is minder snel gevonden.”

Want besturen kost tijd. ,,Ik kom weleens aan weken van 25 uur, de zaterdagen meegeteld”, becijfert Joosse, die onlangs ook nog vader is geworden van zijn tweede kind. ,,Het is zaak om je leven goed in balans te houden. Communiceren gaat tegenwoordig gelukkig makkelijk, je hoeft niet meer vier avonden in de week samen te komen met het bestuur.”

Soms trapt hij op de rem. ,,Als je te veel wilt bewerkstelligen in te korte tijd. Daar lopen veel jonge bestuurders tegenaan. ‘Ja Tim, dat kan niet’, zeg ik dan tegen mezelf.” En anders doet zijn vriendin het wel. ,,’De vereniging draait heus wel door hoor, ook als jij er een keer op donderdagavond niet bent’, zegt zij dan. En dat is natuurlijk ook zo.”

Dat mensen terughoudend zijn om bestuurstaken op zich te nemen, past in een trend die in de Sport Toekomstverkenning wordt geconstateerd. De trend dat ‘minder mensen bereid zijn structureel voor langere tijd grotere taken op zich te nemen. Vrijwilligers willen flexibiliteit, terwijl clubs de vrijwilligers willen vastleggen. Dit botst. Als clubs geen flexibiliteit bieden, zullen vrijwilligers afhaken. De komende jaren wordt een afname verwacht, omdat het clubs tijd kost zich aan te passen’.

Op maat

Bij SSV’65 hebben ze het licht al gezien. ,,Maatwerk is de sleutel”, zegt Joosse stellig. ,,Als iemand trainer wil worden van een team dat altijd op maandag en woensdag traint, maar hij kan niet op die avonden, dan gaan we kijken of ze voortaan op dinsdag en donderdag kunnen trainen. Dat is een inspanning, maar je wint er een vrijwilliger mee. We moeten steeds meer op maat maken, dat is de toekomst.”

Hij is ervan overtuigd dat er genoeg mensen zijn die wíllen helpen. ,,Wij hadden als club geen vertrouwenspersoon, onlangs hebben we eindelijk iemand gevonden die dat wil oppakken. Het zijn van die kleine dingen, maar de mensen doen het wél. De bereidwilligheid is er zeker nog. Die moet je zien te activeren.”

Er komt een dag, voorspelt Joosse, dat hij nóg een functie moet invullen, een functie die nu nog niet bestaat bij zijn club: die van vrijwilligerscoördinator, iemand die alle helpende handen organiseert en begeleidt. ,,Daar kunnen we op termijn niet meer omheen.”

Het is op deze zonovergoten zaterdagochtend even zoeken naar de voorzitter. Tim Joosse zit niet in de bestuurskamer van SSV’65 (Samen Sporten Vereent 1965). Hij staat op het tweede veld, langs de witte krijtlijn, in blauwe sweater van de club, en moedigt de spelertjes van de JO7-4 (Jongens Onder 7) aan. ,,Ja, ik ben ook nog trainer”, zegt hij.

Zijn zoontje Puck van 5 speelt in het team. Puck is een van de circa 250 jeugdleden van de Goese voetbalvereniging, die in totaal zo’n vijfhonderd leden telt. Naar landelijke maatstaven geen grote club, maar zeker ook geen kleine. De penningmeester heeft in de eerste maanden van elk seizoen zijn handen vol aan het innen van de contributie.

Tot voor kort gebeurde dat volledig per post. ,,Er gaat voor een vermogen aan postzegels de deur uit”, vertelt Joosse. ,,Nu hebben we gezegd: ‘Laten we dat stap voor stap digitaal gaan doen.’ Per e-mail dus. Nou, dan zien ze wel in dat zoiets noodzakelijk is, en goed voor de club.”

‘Ze’ zijn de ouderen in het zeven man sterke bestuur, dat bestaat uit drie dertigers, één vijftiger en drie zeventigers. Twee van hen waren 53 jaar geleden betrokken bij de oprichting van de club.

,,Die mix van jong en oud is voor ons heel belangrijk, daar zoeken we altijd naar”, aldus Joosse, die sinds twee jaar voorzitter is. ,,Met de vorige generatie kun je heerlijk sparren. Zij zijn de cultuurbewakers, elke vereniging heeft die nodig. Ze zijn onmisbaar. Maar de tijden veranderen, steeds meer gaat digitaal. Daar hebben zij minder mee. Laatst hebben we een scheidsrechters- coördinator gevonden via een oproepje op Facebook. Leg dat maar eens uit.”

Optisch bedrog

Het beeld bestaat dat veel clubs worden gedragen door oudere vrijwilligers. Dat blijkt echter niet te kloppen. Van alle Nederlandse sportvrijwilligers valt 10 procent in de leeftijdscategorie 65 tot 75 jaar; in de categorie 35 tot 45 jaar is dit percentage bijna twee keer zo hoog (19). Het is dus optisch bedrog, maar wel begrijpelijk: wie kent niet die gepensioneerde vrijwilliger die dag in dag uit in de weer is op het sportpark?

,,Heel veel dagelijkse dingen worden opgepakt door ouderen die daar de tijd voor hebben”, zegt Joosse, teamleider bij een distributeur van dakbedekkingsmaterialen. ,,Voor mensen met een drukke baan is dat lastiger. Als ik naar de gemeente moet, plan ik dat meestal aan het einde van de middag in, maar ik moet ook weleens een uurtje vrij nemen bij de baas. Het wordt een steeds groter probleem voor de club, want hoeveel mensen zwaaien tegenwoordig nog op hun 55ste af? De vutter van nu is 65 jaar.”

Het is een kwestie die in het hele land speelt. ‘De komende jaren is er een toename van de groepen die over het algemeen minder vrijwilligerswerk doen, zoals ouderen en niet-westerse migranten’, stellen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de Sport Toekomstverkenning, een grootschalig onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Dat maakt het extra lastig om aan voldoende vrijwilligers te komen.’ Er is wel een positieve kanttekening: ‘Daar staat tegenover dat ouderen de komende jaren steeds fitter worden en dus mogelijk langer actief kunnen zijn. Daarnaast is er nu al een trend te zien dat ook steeds meer niet-westerse allochtonen vrijwilligerswerk gaan doen bij de sportclub.’

Bedreiging

Een andere bedreiging is groter en komt uit onverwachte hoek, zo stelt de Sport Toekomstverkenning. In onze participatiesamenleving moet sport steeds meer concurreren met andere gebieden waar vrijwilligers nodig zijn, zoals mantelzorg en cultuur. ‘Over de hele linie wordt verwacht dat het beroep op de vrijwilliger op andere gebieden sterker is. Er zal een daling zijn in de vrijwilligers voor sport.’

Vechten om vrijwilligers dus. De grote vraag is hoe je mensen warm maakt voor een taak binnen de sportvereniging. Joosse: ,,Het vinden van jeugdtrainers lukt nog wel, die haken meestal aan bij het team waarin hun kind speelt. Maar een nieuw bestuurslid is minder snel gevonden.”

Want besturen kost tijd. ,,Ik kom weleens aan weken van 25 uur, de zaterdagen meegeteld”, becijfert Joosse, die onlangs ook nog vader is geworden van zijn tweede kind. ,,Het is zaak om je leven goed in balans te houden. Communiceren gaat tegenwoordig gelukkig makkelijk, je hoeft niet meer vier avonden in de week samen te komen met het bestuur.”

Soms trapt hij op de rem. ,,Als je te veel wilt bewerkstelligen in te korte tijd. Daar lopen veel jonge bestuurders tegenaan. ‘Ja Tim, dat kan niet’, zeg ik dan tegen mezelf.” En anders doet zijn vriendin het wel. ,,’De vereniging draait heus wel door hoor, ook als jij er een keer op donderdagavond niet bent’, zegt zij dan. En dat is natuurlijk ook zo.”

Dat mensen terughoudend zijn om bestuurstaken op zich te nemen, past in een trend die in de Sport Toekomstverkenning wordt geconstateerd. De trend dat ‘minder mensen bereid zijn structureel voor langere tijd grotere taken op zich te nemen. Vrijwilligers willen flexibiliteit, terwijl clubs de vrijwilligers willen vastleggen. Dit botst. Als clubs geen flexibiliteit bieden, zullen vrijwilligers afhaken. De komende jaren wordt een afname verwacht, omdat het clubs tijd kost zich aan te passen’.

Op maat

Bij SSV’65 hebben ze het licht al gezien. ,,Maatwerk is de sleutel”, zegt Joosse stellig. ,,Als iemand trainer wil worden van een team dat altijd op maandag en woensdag traint, maar hij kan niet op die avonden, dan gaan we kijken of ze voortaan op dinsdag en donderdag kunnen trainen. Dat is een inspanning, maar je wint er een vrijwilliger mee. We moeten steeds meer op maat maken, dat is de toekomst.”

Hij is ervan overtuigd dat er genoeg mensen zijn die wíllen helpen. ,,Wij hadden als club geen vertrouwenspersoon, onlangs hebben we eindelijk iemand gevonden die dat wil oppakken. Het zijn van die kleine dingen, maar de mensen doen het wél. De bereidwilligheid is er zeker nog. Die moet je zien te activeren.”

Er komt een dag, voorspelt Joosse, dat hij nóg een functie moet invullen, een functie die nu nog niet bestaat bij zijn club: die van vrijwilligerscoördinator, iemand die alle helpende handen organiseert en begeleidt. ,,Daar kunnen we op termijn niet meer omheen.”

2018-11-04T08:59:46+00:00 By |Geen categorie|0 Comments

Leave A Comment

%d bloggers liken dit: