Brancherapport Mulier Instituut brengt actuele situatie van verenigingen in kaart

Zo’n 30 procent van de Nederlanders is lid van een van de ruim 26.000 Nederlandse sportverenigingen. Dit percentage is al jarenlang relatief stabiel, maar in de sportbeoefening neemt de verenigingssport een minder grote plaats in dan voorheen. Is de sportvereniging vooral een symbool van vergane tijden, of springlevend?

Het Brancherapport Sportverenigingen in Nederland geeft antwoord op die vraag door de actuele situatie van de sportverenigingen in kaart te brengen: hoe staan de clubs ervoor wat betreft ledenontwikkeling, bestuur, accommodatie, kader en financiën? In hoeverre zijn de verenigingen in staat in te spelen op maatschappelijke ambities om toegankelijk te zijn voor iedereen en een bijdrage te leveren aan beleid op andere gebieden, zoals in het sociaal domein? Met cijfers en duiding over alle facetten van de Nederlandse sportvereniging biedt het brancherapport Sportverenigingen, het zesde brancherapport van het Mulier Instituut, een onmisbaar overzicht voor iedereen die beleid maakt voor sportverenigingen of clubs gericht wil ondersteunen.

In het recent afgesloten Nationale Sportakkoord delen hoofdrolspelers in het landelijk sportbeleid sportverenigingen een uitgesproken rol toe. Het verbindende vermogen van sport wordt als de belangrijkste maatschappelijke meerwaarde gezien en de sportverenigingen vormen een onmisbare pijler daarvoor. “De sport staat er nu goed voor, maar (…) zonder een stevige inspanning van velen is achteruitgang een reëel scenario.” Dit geldt ook voor de sportverenigingen, waarvan wordt voorspeld dat de klassieke vereniging verder onder druk komt te staan doordat leden en vrijwilligers afhaken. In het Brancherapport sportverenigingen wordt uitgebreid stilgestaan bij de centrale werkingsprincipes van de sportverenigingen (autonomie, vrijwillige inzet, diensten voor en door leden, democratie) en de veerkracht van sportverenigingen in een dynamische maatschappelijke omgeving.

Een aantal belangrijke inzichten uit het brancherapport:

  • Het ledental van clubs neemt geleidelijk toe. De Nederlandse sportvereniging heeft gemiddeld 184 leden. Toch heeft 38 procent van de verenigingen minder dan 50 leden en slechts 9 procent meer dan 500 leden.
  • Verenigingsbesturen zijn eenzijdig samengesteld: het percentage vrouwelijke bestuursleden is 29 procent. Het clubbestuur vergrijst: de gemiddelde leeftijd van bestuursleden is 54 jaar.
  • In 54 procent van de verenigingen wordt voor 100 procent met vrijwilligers gewerkt. 32 procent van de verenigingen heeft betaalde medewerkers. De vrijwillige inzet blijft cruciaal voor sportverenigingen, maar toch voert maar een minderheid een expliciet beleid op dit punt. Wel kijken clubs bij werving verder dan de kring van al actieve mensen en hun netwerk.
  • Qua financiën heeft 70 procent van de verenigingen momenteel geen zorgen. Daar waar andere voorzieningen niet tegen krimp en recessie bestand bleken, bleven de meeste sportverenigingen – zij het soms met moeite – gewoon doordraaien.
  • Sportverenigingen gaan steeds meer samenwerkingen aan met andere sportorganisaties, gemeenten, scholen en welzijns- en zorgorganisaties. Gemeenten in Nederland zijn zich gaan realiseren dat de sportverenigingen niet alleen een centrale drager zijn van het lokale sportaanbod, maar ook kansen bieden om het beleid op andere terreinen te ondersteunen. Steeds meer sportverenigingen bieden ook maatschappelijke activiteiten aan, bijvoorbeeld gerelateerd aan het lokaal beleid voor het sociale domein.
  • Vier van de vijf verenigingen introduceerden in 2016 nieuwe sportactiviteiten, een even groot deel had aanbod voor niet-leden en ruim de helft werkte aan flexibele lidmaatschapsvormen.
  • Kwetsbare burgers vinden niet vanzelf hun weg naar het sportaanbod van verenigingen. Op dit vlak kunnen de verenigingen veel hebben aan expertise en steun die aanwezig is bij lokale partners, buurtsportcoaches of verenigingsondersteuners.
  • Sportverenigingen ontberen nog veelal de professionele kennis en expertise om met mensen met sociale problemen te werken. In 2015 voelde ruim de helft van de trainer/coaches zich (nog) niet bekwaam om met deze doelgroepen te werken.

Veel sportverenigingen zijn in beweging en overal in Nederland tonen clubs nieuw elan. Soms gestimuleerd door de landelijke open club-campagne of een gemeente die vitale en ondernemende clubs als partner zoekt, maar ook op eigen initiatief. Door hun werkingsprincipes te moderniseren, zijn sportverenigingen klaar voor de toekomst.

Klik hier voor de volledige digitale versie van het brancherapport.

Bron: www.mulierinstituut.nl